Alles komt goed
16 februari 2026 - Moditlo Game Reserve, Zuid-Afrika
Het is een van mijn laatste dagen in het ziekenhuis als ik rond lunchtijd geroepen word door de schoonmaakster van ons kantoor. “Dokotela, can you help me?” Naast haar aan de andere tafel zitten 6 ander artsen, vrijwilligers. Het is vast een persoonlijke vraag. Of heeft ze inmiddels gehoord dat ik vertrek en wil ze weten waarom? De afgelopen dagen waren moeilijk iedereen te vertellen dat ik vertrek. Het voelt alsof ik ze in de steek laat en begin daardoor tegen iedereen te zeggen; ‘Ik heb ontslag moeten nemen, ik wilde niet, maar ik kon niet meer. Ik heb tijd voor vrienden en familie nodig en dat werd me niet gegeven’. De meeste begrijpen het direct, als ik iets heb geleerd van deze cultuur dan is het familie eerst. Ze hebben mij altijd bewonderd dat ik helemaal aan de andere kant van de wereld, moederziel alleen, ver van familie, in een afgelegen ziekenhuis werk om mensen van ander bloed te helpen. Het is fijn dat ze het begrijpen, mijn keuze respecteren en velen begrijpen niet ‘hoe Tshemba zo’n gepassioneerd dokter en goed mens kan laten gaan’. Ik word er verlegen en emotioneel van. Al mijn energie en passie werd gezien, en gewaardeerd. Ze bedanken me ook dat ik het direct aan hen vertel en niet zo maar verdwijn. Dat had ik zelf makkelijker gevonden maar de afgelopen weken push ik mezelf elke dag weer om mensen zelf te vertellen dat mijn eind in Tintswalo daar is. Soms was de ‘bush radio’ sneller, nieuws verspreid zich snel hier, maar Uma, de schoonmaakster had het duidelijk nog niet gehoord.
Ik ga bij haar aan tafel zitten en ik zie in m’n ogen ook een sticker van van het lab. Ik weet welke vraag gaat komen dus ik geef haar de volle aandacht. “Hoe is het met je?” “Alles gaat goed met me, maar kan je een resultaat voor me opzoeken?”, vraagt Uma. Normaal zeg ik nee op elk verzoek betrokken te raken bij medische problemen van vrienden en collega’s. Maar niks is normaal meer en Uma is binnenkort mijn collega niet meer, dus ik wil dit wel voor haar doen. Ze is een beetje vaag over wat voor een resultaat het is, maar ze was naar ons verwijsziekenhuis geweest en toen was het resultaat er nog niet en die arts daar had gezegd dat ze maar een willekeurige arts moest aanspreken om te kijken of het resultaat wel beschikbaar was. Dit heb ik mijn patiënten ook vaak geadviseerd, dus ik kan moeilijk weigeren. Terwijl ik inlog en haar code invoer vertelt ze dat ze een bloeding had en een uitstrijkje heeft laten doen. Het laden van het resultaat duurt een tijdje maar als het eenmaal open is zie ik dat dit een uitslag van een stukje weefsel van haar baarmoederhals is. Kanker. Binnen een seconde flitsen er duizenden gedachten door mijn hoofd. Ik weet niks van haar; niet van haar klachten, niet van hoe het eruit zag, hoe ver het verspreid is. Hoe oud is ze überhaupt? En heeft ze kinderen? Ik heb tientallen gesprekken gehad met patiënten, verteld dat ze kanker hebben. Je vertelt dat slechte nieuws snel, maar daarna breng je hoop en een behandelplan, ook als dat alleen maar palliatief is. Nu kan ik niks anders zeggen dan ‘je hebt kanker’. Ik lees het verslag nog een keer; zie ik het echt goed? Ze ziet er zo gezond uit, dit lan toch niet? Ik check haar naam op het verslag maar uiteindelijk moet ik opkijken en met een brok in mijn keel vertel ik haar dat er kanker gevonden is in haar baarmoederhals. Ze reageert enorm rustig, geen emotie. “Dat is oké dokotela, mijn moeder is ook overleden aan baarmoederhalskanker. Maar kan ik mijn baarmoeder nu laten verwijderen, ik wil niet meer bloeden”. Ik leg uit dat het allemaal niet zo simpel is dat je moet het weten waar de kanker zich allemaal verspreid heeft of het verspreid is. Ik wil ook weer niet te veel in betrokken worden. Ik kan haar niet lichamelijk onderzoeken. Ik kan geen prognoses geven en dit is precies de reden waarom ik normaal nooit resultaten opzoek. Deze vrouw is bijna vijf jaar lang onderdeel van m’n leven geweest. Elke ochtend als ik mijn kantoor binnen loop staat zij te vegen en met een grote glimlach begroet ze me in Shangaan. Zij heeft mij Shangaan geleerd, maar samen zo gezeten, dat hebben we eigenlijk nooit. Nu beginnen we te praten; over hoe haar moeder overleden is, de stank die ze had door de kanker. Ik weet precies wat ze bedoelt. Die geur, die zal ik nooit vergeten. Wanneer die geur er is, dan is het eigenlijk al te laat. Baarmoederhalskanker geeft pas klachten als het te laat is. Toch betrapte ik mezelf erop niet te kunnen geloven dat zij kanker heeft, terwijl ze er zo gezond uit ziet. Misschien wil ik het wel gewoon niet geloven. Ondertussen gaat ze door haar foto’s heen. Dit is mijn zoon. Ik zie een knappe vent voor een mooie auto staan; de droom van elke jonge man en van een succesvolle moeder. Ik zie de trots in haar ogen. Ze vertelt me over hem; hij is 27 en werkt bij de politie. Nee, hij heeft nog geen vrouw, hij moet eerst geld verdienen en carrière maken, geen afleiding. Ze vertelt uit zichzelf dat zij nu 43 jaar is en even snel rekenen, ze was dus 15 jaar toen ze zwanger was. Een ongelukje, uiteraard. Daarom kon ze school niet afmaken, niet studeren en is ze nu schoonmaakster. “Ik ben te lang bij die man gebleven Nicole, 10 jaar, grote fout, maar ik moest voor mijn zoon. Toch kwam alles goed. Ik kreeg daarna een lieve man en samen met hem heb ik deze zoon. Een 18 jarige sterke vent verschijnt nu op haar mobiel. “Hij zit nog op school en gelukkig ook geen afleidingen van vriendinnetjes of drank. Ik heb ze geleerd niet dezelfde fouten te maken als die hun moeder heeft gemaakt. Zie je wel Nicole, een foutje maar toch kwam alles goed.” Wat een krachtige vrouw, wat ben ik trots op haar. Uma, zoals jij hebt gevochten voor je zoons, zo moet je nu gaan vechten voor jezelf. Het is nu Uma eerst. Helaas kan ik geen onderdeel van jouw gevecht zijn. Dan breek ik het nieuws; “Ik heb ook voor mezelf gekozen nu Uma, voor mezelf en mijn familie. Tijd met hun, voor het te laat is, je weet maar nooit.” Direct wijs ik naar de vrijwilligers die achter haar zitten. Maar zij blijven, vraag hulp aan hun als je hulp nodig hebt. En morgen, ga direct naar de arts die jou eerder heeft geholpen en kom op voor jezelf. Je moet zo spoedig mogelijk naar Kalafong ziekenhuis, daar werkt een arts die hier geboren is en graag voor Tintswalo patiënten zorgt.
Ik kan niet anders dan trots zijn op de vrouwen kliniek die ik heb opgezet, waar vrouwen zoals Uma voor een uitstrijkje kunnen komen, behandeld kunnen worden en indien nodig snel verwezen kunnen worden. Een paar weken geleden werden die verwijspaden door nieuw provinciebeleid verboden. Vrouwen zouden weer eerst via 3 verschillende ziekenhuizen naar het juiste ziekenhuis verwezen moeten worden, maar de arts van de gynaecologie team, die normaal niet veel zegt in de artsen overdracht, doet haar mond open en kan dit beleid duidelijk niet goedkeuren. Ik hoor in haar stem dat ze dit niet gaat laten gebeuren, over de rug van haar patiënten. Dat maakt me trots. Een project met liefde opgezet en nu overgedragen aan een team die het voorzet. Wanneer ik een paar dagen geleden aan haar vertel dat ik Tintswalo verlaat, reageert zij ook verontwaardigd. Niet naar mij toe. Ook zij bewondert me om de laatste 5 jaar ver weg van familie en de enorme passie die ik uitstraalde waardoor de vrouwenkliniek een succes werd en zij de energie heeft te blijven vecht. Maar ze is bezorgd; wie gaat er nu voor ons zorgen, Nicole, jij bent Tshemba? Ik geef aan dat Tshemba de kliniek zal blijven ondersteunen met tweedehands loops en wat jodium, en als het op is dan moet ze Hia vragen. ‘Dat geeft hij weinig vertrouwen, die heeft nog nooit wat voor ons gedaan’. Ik ga er niet echt op in, maar het is bijzonder te merken hoe mensen in het ziekenhuis over Hia denken. Het geeft me weinig vertrouwen in de toekomst van Tshemba en toch wil ik mensen geruststellen. “Het komt goed doc, je kunt me altijd appen”.
Het is moeilijk afscheid te nemen van iets waar ik zo veel passie voor heb, maar waar de energie er even niet meer voor is. Loslaten en zo goed mogelijk overdragen, dat is waar ik nu mee bezig ben. En te geloven dat het goed komt. De volgende week komt Uma naar me toe; “volgende week ga ik naar Kalafong, kensile Dokotela, bedankt dokter”. Ik geef haar een knuffel; bedankt Uma voor je update, en je support in de keuze die ik hebt gemaakt. Ons wegen splitsen, maar we komen er beide wel. Alles komt goed. Zo zal ik Uma herinneren, met haar stralende lach.

Wat een moedig besluit. heel veel geluk en succes in " je nieuwe toekomst"
Goed besluit💪🏽