Terug

11 september 2026 - Cape Town, Zuid-Afrika

Bijna een maand geleden stapte ik in het vliegtuig, terug naar Zuid Afrika. Gemengd gevoelens. Ik zou opgewonden moeten zijn voor de drie weken die voor me lagen, rondreizen, hiken, vrienden zien. Maar ik wist ook dat moeilijke keuzes gemaakt zouden moeten worden, moeilijke gesprekken zouden volgen en misschien wel weer meer twijfel zouden brengen. Ik was gespannen en nerveus. Maar het was tijd om terug te vliegen.

Het was een zachte landing in George. Niets lijkt hier op het Zuid Afrika waar ik woon en toch voelde dingen al snel weer vertrouwd. Alsof ik boodschappen deed bij de Albert Heijn, maar dan hier. Ik besefte me niet eens dat ik etenswaren had gemist tot ik ze zag liggen; biltong, lunchbar, kefir. Maar buiten was het anders dan mijn Zuid Afrika; wegen zonder gaten, functionerende stoplichten, rotondes. De weg liep langs de kust die zich wild en ruig opent en tegelijk stranden prijsgeeft die je stil maken. Het lijkt op Europa, het maakte mijn landing zachter. 

Mijn tour begon in een klein stadje waar ik ooit met mijn ouders geweest ben, Knysna. Nu ontmoette ik Joan daar. Een grote inspiratiebron voor mij geweest in de beginjaren bij Tshemba. Samen werkten we aan de tienerzwangerschap preventieproject. In haar boek heb ik gelezen over haar plek in de bossen van Knysna, waar ze haar leven opbouwde toen ze haar man verloor en haar kinderen alleen moest opvoedde. Ze liet me de plekken zien die ze als thuis beschouwt tussen al haar avonturen door. Ondertussen praat ik met haar over Tshemba alsof ik terug zou kunnen gaan, alsof alles nog hetzelfde is. Het afscheid is meer een tot ziens, misschien bij Tshemba en anders in haar derde boek die ze aan het schrijven is, deels over Tshemba. 

Mijn reis vervolgt zich naar de start van de Otter Trail die ik samen met Nina, een een vriendin uit Hoedspruit loop. In vijf dagen tijd, terwijl we langs de kust lopen, walvissen en otters spottend, neem ik haar mee in mijn rollercoaster aan emoties die ik ervaarde in Europa, over dat knagende idee om misschien terug te gaan. Zij is vrij enthousiast over het idee van mijn terugverhuzien: na twee jaar Hoedspruit verhuist ze eind dit jaar naar Ierland, niet omdat ze Zuid-Afrika wil verlaten maar omdat hier geen banen zijn, geen toekomstperspectief. We dromen samen over trips door Europa, alsof we alvast een ander leven in gedachten verplaatsen. 

Na deze prachtige hike die gekleurd werden door prachtige bloemen, kristalheldere zee, sprankelende sterrenhemels, ijskoude rivieren die we moesten oversteken, stiltes en uitbundig gelach was het tijd naar mijn Tshemba mentor te gaan. Ik was enigszins zenuwachtig maar had ook zin om zijn wijsheid te horen en de warmte van zijn vrouw Sally te ontvangen. In de drie dagen die ik daar was, voelde ik de bitterheid bij John: tien jaar dienst en door Tshemba aan de kant gezet. Hij zei altijd dat Tshemba te klein voor me was, nu begrijp ik wat hij bedoelt en dus durf ik tegen hem te zeggen dat ik denk dat ik niet terug kan. Volmondig zeggen dat ik Hoedspruit verlaat, dat durf ik nog niet. Het blijft in mijn keel zitten, een woord dat tegelijk bevrijdend en verpletterend is. 

“John, hoe kon jij zo makkelijk naar Plettenberg Bay verhuizen? Het is hier zo anders en je hebt ruim 50 jaar in Hoedspruit gewoond. Toch was de keuze zo gemaakt, zo leek het voor je?”

“Weet je nog wat je tegen mij zei, ‘je landingsbaan is kort, ga ervoor’. Lekker direct en zo waar. Ik weet dat je aan mijn leeftijd refereerde maar ieders landingsbaan kan kort zijn en soms moet je gewoon gaan. Je kan altijd weer terug. Of niet. Het leven is hier inderdaad heel anders, ik stoor me aan de witte elitaire Afrikaner, Plet is niet mijn plek maar langzaam aan ontmoeten we mensen die wel dezelfde waardes hebben, die zijn er altijd Nicole.” 

Zijn landingsbaan is inderdaad mogelijk kort. Maar ondanks zijn 83 jaar rent hij nog de zandduinen op alsof het niks is. Ik neem afscheid van hem zoals altijd, in mijn achterhoofd dat het mogelijk de laatste keer ooit zal zijn.

Mijn tocht verplaatst zich naar een prachtige bergpas. Aan Joan en John vroeg ik of ik die pas over zou kunnen met mijn kleine huurauto. Online had ik gezien dat een vrouw alleen het deed op haar fiets, niet iets wat meteen bij mij over komt als veilig in Zuid Afrika. Juist dat gevoel vind ik zo benauwend in Zuid Afrika, wat is veilig en wat niet. Er is geen consensus, verhalen, ervaringen en waarschuwingen verwarren me. Maar het zag er prachtig uit dus wilde ik het wel met de auto proberen. Beide moedigde me aan, Joan raadde me aan het op de fiets te doen. Aangekomen bij de kloof bleek die gesloten te zijn doordat er een vrachtwagen vast zat. Teleurgesteld plof ik neer in een restaurant om een nieuw plan te maken. Ik heb accommodatie geboekt aan de andere kant van de kloof, 30km. Omrijden betekent 4 uur extra, 300km. Dan valt mijn oog op een rij fietsen. 

“Kan ik die huren?”, vraag ik aan de ober. Na wat over en weer gepraat heb ik ze overtuigd dat ik serieus ben om die pas over te fietsen. Ik parkeer mijn auto, breng alleen het hoognodige mee en fiets over deze pas die mij brengt naar een prachtige kloof, die ik doordat de pas afgesloten is voor auto's helemaal voor mezelf heb. Twee dagen lang klim ik, daal ik, voel ik de stenen onder mijn banden en de wind die me aanmoedigt. Ik slaap in een huisje waar zoals altijd de eigenaar verbaasd is dat ik alleen ben, een vrouw alleen, en dan ook nog eens op de fiets. Dat benauwt me soms, die constante herinnering dat alleen zijn hier anders voelt dan alleen zijn in Europa. Op de terugweg word ik aangemoedigd door auto’s die langs me rijden, sommige stoppen om een praatje te maken. De vriendelijkheid van deze Zuid Afrikanen doen me goed, laten me ontspannen in een land waar je normaal niemand kan vertrouwen. 

Wanneer ik weer bij mijn auto ben vervolg ik mijn tocht richting Kaapstad. Een oud vrijwilliger die ik vier jaar geleden ontmoette laat me haar stad zien. 

“Het is hier zo anders, Amy, zo anders dan Hoedspruit, het functioneert.” Deze provincie geeft me altijd hoop voor Zuid-Afrika, dat het wel kan. 

Zij antwoordt zacht: “Dat is wat je ziet aan de buitenkant, Nicole. Het functioneert inderdaad beter, maar de ellende is er heus wel en de ongelijkheid is juist hier zo veel groter.” 

Ze neemt me mee naar waar zij werkt, naar de sloppenwijken van Paarl, en haar woorden blijven hangen. Ze probeert een programma op te zetten om tuberculose beter te diagnosticeren en te behandelen, maar haar project is ondanks succes bijna afgelopen. De USAID-funding is op, nieuwe funding niet gevonden. “En dan is er niemand meer om deze arme mensen te helpen,” zegt ze, en ik voel hoe pijnlijk het is om de bevolking achter te laten. Tegen haar was het makkelijker te zeggen dat ik niet meer terug kan naar werk. Zij begrijpt het, zij begrijpt dat de koek op is na vijf jaar lang corruptie bevechten. Tijdens de hike die we samen doen vertelt ze me hoe ik haar heb geïnspireerd, het maakt me verlegen en trots. 

De autoritten die ik daarna maak zijn confronterend. Kilometers aan sloppenwijken langs de snelweg: sommige met stenen huisjes en elektriciteit, andere alleen golfplaten huisjes op elkaar gestapeld. Ik weet hoe het er binnenin uitziet; ooit ging ik daarheen als coassistent om medische zorg te geven. Nu zie ik het van buiten, en het doet pijn. Er is nog zo veel ellende in Zuid Afrika, nog zo veel om te helpen en te doen. 

Leven in Kaapstad doet je dat makkelijk vergeten. De stad is goedgeorganiseerd, rijk en schoon. Lisa leeft hier al ruim 40 jaar en ik begrijp hoe. Het leven is goed; heerlijke restaurants, koffietentjes, surfen, bergen, parken. Maar ik weet ook zeker dat zij nog nooit in de sloppenwijken is geweest. Ze begeeft zich nergens zonder haar auto of haar man Zane; beiden werkzaam voor Tshemba, beiden familie van de Tshemba-clan. Tijdens de hike die we samen doen vermijden we het onderwerp Tshemba minutieus, tot we op de parkeerplaats staan. Het is tijd om afscheid te nemen. 

“Ik verhuis terug naar Nederland,” zeg ik, en het is de eerste keer dat ik het zo standvastig uitspreek. Voor het eerst sinds ik hier ben stromen de tranen over mijn wangen. We geven elkaar vele afscheidsknuffels en praten over mijn besluit. Tshemba is vijf jaar lang mijn ziel en zaligheid geweest; voor Lisa was het gewoon een makkelijke baan, onder haar niveau zodat ze er voor haar familie kon zijn. Voor mij was het meer. Maar Tshemba kan me niet bieden wat ik wil; ze zijn lelijk geweest en Hoedspruit is te klein voor me. Het avontuur zit erop; ik wil mijn horizon weer verbreden. “Maar Lisa, het gaat zo moeilijk worden. Ik ben veranderd, Zuid Afrika heeft van mij een rotsklimmende trilrunner gemaakt en nu verhuis ik naar het platste land van de wereld…” Lisa begrijpt het, in ons laatste knuffel fluistert ze in mijn oor “vergeet nooit hoe stoer en sterk je bent”. 

Met een brok on mijn keel verplaats ik me weer, over de kilometers gladde snelwegen langs de ontelbare krotten van de grootste sloppenwijk van Zuid Afrika, naar Liam en Carly, naar weet een rijke witte enclave aan de kust. Zij woonden vorig jaar voor een jaar in Hoedspruit en gingen daarna terug naar hun oude leven. Carly vertelt hoe erg haar oude leven veranderd was. Ik luister en vraag: “Wat is veranderd, Carly, je oude leven of jij?” In een jaar verandert er vaak niets als je gewoon je normale leven leidt, maar jij hebt een jaar in een compleet andere wereld gewoond. Zij beseft het: zij is veranderd, gegroeid, weet beter wat ze wil en wat niet. “Ik kon mijn oude leven niet oppakken waar ik het had achtergelaten,” zegt ze. "Mensen om haar heen hadden daar moeite mee, en ik ook. Ik ben blij met mijn nieuwe baan, blij dat ik niet bij mijn oude baan terecht ben gekomen.”

Als je gaat, kom je nooit meer terug zoals het was, en dat is oké. Ik ben een klimmende trailrunner geworden en ik ga terug naar het leven dat ik ken, met enkele aanpassingen om die nieuwe Nicole ook tevreden te houden. Dat idee maakt me nu enthousiaster dan terugkeren naar mijn oude leven in Hoedspruit.

Mijn reis vervolgt zich naar de Wild Coast, waar de bloemen in volle glorie bloeien. De zebras lijken voor mij totaal misplaatst hier, maar ik weet ook dat is nou eenmaal mijn perceptie. Ik loop hard over de stranden en duinen die me doen voelen alsof ik in Nederland ben, totdat ik een struisvogel met 12 jonkies tegen kom. Hierna vervolg ik mijn reis vervolg naar Rocklands. Hier ontmoet ik Carmen en enkele andere klimvrienden. Wanneer ik eindelijk genoeg moed bijelkaar heb geraapt om Carmen te vertellen dat ik niet permanent terug ga naar Hoedspruit voel ik alleen maar liefde. Ze is verdrietig maar ook blij dat ik de keuze heb gemaakt. Ze heeft mijn strijd al lange tijd gevolgd en ze steunt me in alles wat mij gelukkig maakt. Ik voel me opgelucht en begin vol goede moed aan het klimfestival: vijftig vrouwen bij elkaar die van de bergen houden: highlinen, klimmen, boulderen, wandelen, zwemmen, trailrunnen — precies dat waar ik ook van geniet. Toch merk ik dat ik me afsluit van nieuwe gesprekken en nieuwe gezichten. Elk nieuw gesprek begint met waar je vandaan komt of waar je woont. Elke antwoord zorgt voor een wedervraag waardoor de gesprekken snel diep en verwarrend zijn. Ik merk dat ik me terugtrek, me afsluit van nieuwe gezichten. De enige nieuwe gezichten waar ik mee aan de praat raak zijn twee Duitsers en een Amerikaan; drie buitenlanders in een groep van vijftig Zuid-Afrikanen. Toevallig raken we dieper in gesprek over Zuid-Afrika en ik moet van binnen lachen als ze beginnen te klagen over hoe ongeorganiseerd het festival is, hoe er geen communicatie is. Vanuit een Europees perspectief lijkt het matig geregeld, maar ik weet dat dit festival goed georganiseerd is. Een van de Duitsers wil feedback geven, wil de witte Europeaan zijn die vertelt wat er allemaal verkeerd gaat. Ik probeer haar te waarschuwen, maar zij vindt het een schande. Het gesprek schuift naar alleen rondreizen als vrouw in Zuid-Afrika, hoe weinig vrouwen dat doen. Hoe wij in europa kunnen staren naar bergen en denken: wij willen daar gewoon rennen en dat doen we dan ook, zonder bang te zijn dat iemand in je auto inbreekt of dat je een mes tussen je ribben krijgt of een pistool op je hoofd. Die gedachten wordt werkelijkheid als we aan het boulderen zijn: dertig vrouwen, acht honden, en de eigenaar van het land komt met een geweer extreem boos en geagiteerd aanlope. Scheldend vertelt hij dat we weg moeten omdat honden daar niet mogen zijn. Hij zegt dat hij het al zo vaak heeft gezegd en dat hij er klaar mee is. Het voelt ontzettend dreigend en weer een besef hoe fragiel vrijheid kan zijn hier.

Het weekend eindigt met een ronde van delen waar we dankbaar voor zijn. Ik krijg een brok in mijn keel. Ik ben dankbaar voor deze gemeenschap van toffe klimmers en ik weet dat ik dat ga missen. Mijn vrienden zijn verdrietig dat ik ga maar begrijpen het ook, en dat doet me goed. Met een vol hart rijd ik terug naar Kaapstad waar ik nog een nacht bij klimvriend William verblijf. Nog een afscheid, nog een keer uitleggen waarom ik ga. Het wordt steeds makkelijker. De volgende dag vlieg ik terug naar Hoedspruit en stap daar weer het oude vertrouwde leven in: alles normaal en toch zo anders.

Ik ga terug. Terug naar Nederland. Niet als dezelfde persoon die vertrok, maar als iemand die hier heeft geleefd, liefgehad, geworsteld en geleerd. Niet als een vluchteling van herinneringen, maar als iemand die keuzes maakt, die haar horizon verbreedt en die weet dat sommige liefdes niet eeuwig zijn, hoe diep ze ook snijden. Ik neem alle lessen, avonturen, liefde, herinneringen en vriendschappen mee in mijn hart, ook al laat ik ze achter. Ik ga terug met een hart vol verhalen en een hoofd vol plannen. Terug, en toch voor altijd een beetje hier.

Bedankt. Iedereen die onderdeel is geweest van deze keuze, dit besluit. De luisterende oren, de wijsheden, het duwtje in de rug, de gebaren, de ruimte mijn verhaal te doen, de kracht. Bedankt. Iedereen die ik achter laat en in mijn hart meeneem. Iedereen die ik achter gelaten heb, meenam in mijn hart en me nu weer met open armen ontvangen. Bedankt. Nieuwe mensen die op mijn pad zijn gekomen; voor even, voor lang. Bedankt. Duizend maal dank.

Ps. alle nieuwe lezers, voeg jezelf toe aan de mailingslijst als je op de hoogte wil blijven van mijn nieuwe avonturen! En als je een bericht achterlaat, super leuk! Maar ik krijg alleen je voornaam te zien dus ik weet niet altijd wie je bent als je een veelvoorkomende naam hebt 🤭 

Foto’s

10 Reacties

  1. Hannie:
    11 september 2026
    Nicole, Heb je verhalen uit Afrika steeds met veel plezier gelezen en heb vaak gedacht: wat dapper, maar ook hoe houd je het vol. Dat je nu deze keuze maakt vind ik ook weer dapper. Ik wens je veel sterkte en geluk in deze nieuwe fase.
  2. Theo:
    11 september 2026
    Van harte welkom!
  3. Richard:
    11 september 2026
    In dit vlakke land ga je zeker een mooie nieuwe ervaring opbouwen . Met al jouw bagage kan je veel mensen inspireren en blij maken Welkom thuis Nicole
  4. Maaike:
    11 september 2026
    ❤️
  5. Willy:
    11 september 2026
    5 jaar avontuur in Zuid-Afrika gaat niemand je afnemen. Ons kikkerlandje heet je weer van harte welkom en zal je ook mooie avonturen brengen
  6. Jose Schouten:
    11 september 2026
    He Lieve Nicole,
    Welkom terug in Nederland.
    Een nieuwe bladzijde in je leven, alles ligt weer open en er komen vast weer mooie dingen op jouw pad.
    Liefs José.
  7. Lucie:
    11 september 2026
    Al die ervaringen die je opgedaan, maken je tot wie je bent. Nu hier weer nieuwe ervaringen opdoen. Ik heb genoten van al je Afrika verhalen, benieuwd naar het vervolg van je verhalen hier.
  8. Ronny Tan Paap:
    12 september 2026
    Ha Nicole, wat prachtig schrijf je, Zuid Afrika is zo gewoon voelbaar. En zo herkenbaar…
    Ieder loopt zijn/haar eigen pad en dat pad kan tot vele afslagen leiden.
    Hoedspruit is idd te klein voor jou, sommige mensen vooral, om je vleugels te blijven uitslaan. Verdrietig, maar ook elders kun je je talenten geven aan diegenen die dat waarderen.
    Welkom terug in Nederland! Afrika zit in je hart en neem je mee en dat is ook goed
  9. Dineke:
    13 september 2026
    Mooi beschreven Nicole hoe je op een haast spirituele roadtrip afscheid neemt van Zuid Afrika en je vrienden daar. Wat je daar hebt gedaan en meegemaakt neem je met je mee en al die ervaringen zullen je ook weer hier van pas komen. Wees weer van harte welkom en ik ben benieuwd wat je nieuwe plekje hier zal worden.
  10. Robert:
    16 september 2026
    Vergeet nooit hoe stoer en sterk je bent lees ik en denk dat dat een fantastische samenvatting is van alles wat je schrijft. Draag dat mee, en blijf open staan voor anderen zoals je in dit verhaal duidelijk als erfenis meeneemt. Wat een reisverslag van 5 jaar. Ik zie uit naar de volgende 5 jaar waar je zijn de dingen opnieuw zullen veranderen. Een zoektocht naar geluk, een zinvol bestaan, voor ruimte om te zijn en te doen. Nogmaals nicole: Vergeet nooit hoe sterk en stoer je bent.

    Een prachtig verhaal ik geloof in jou. Kus.

Jouw reactie