Je bent niet alleen
21 december 2025 - Moditlo Game Reserve, Zuid-Afrika
Mijn hart bonst in mijn keel wanneer die twee simpele woorden door de luidsprekers knallen: je bent niet alleen. Kippenvel loopt als rillingen langs mijn armen terwijl de krappe radiostudio elk geluid opslokt en Eksoda, zijn stem nog na bevend van emotie, zijn verhaal beëindigt — het onverbloemde relaas van een tiener die zich opgesloten voelde in een lijf dat zijn eigen vijand werd. Van eindeloze dorst tot nachten vol angstige dromen over stijgende bloedsuiker; hij deelt elke bittere korrel van eenzaamheid die deze ziekte met zich meebrengt.Ik zie zijn ogen glinsteren in het halfduister en weet: hier wordt iets gebroken en tegelijk verbonden. Dit is geen medisch verslag, dit is een hart dat zichzelf blootgeeft in de hoop andere harten te raken. Ik kan zijn pijn niet volledig voelen, maar ik herken het universele gemis — de angst om er alleen voor te staan, de behoefte aan een hand die jouw onzichtbare strijd ziet en vasthoudt.
Het afgelopen jaar heb ik mijn trots opzij moeten schuiven en hulp leren ontvangen. Een jaar geleden lag ik hulpeloos in bed, net geopereerd, omgeven door vrienden die me overspoelden met zorg en warmte. Maar zodra de krukken verdwenen en de zichtbare pijn minder werd, vervaagde die aanwezigheid. Zodra ik mijn zelfstandigheid weer terug kreeg werd het moeilijker steun te accepteren, maar de momenten van hulpeloosheid bleven daar. Korter en minder vaak, maar ze waren daar, onzichtbaar maar pijnlijk. Eenzaam. Toen een peesontsteking mijn herstel dreigde te saboteren, zakte ik in een zwarte put. Ik moest zelf uitzoeken wanneer ik rust moest nemen, de signalen van mijn lichaam leren verstaan en de discipline vinden om die verfoeide oefeningen trouw vol te houden. Zes maanden lang draafde ik tegen de grenzen van mijn geduld aan, terwijl de chirurg had gezegd dat negen maanden nodig waren om echt te herstellen. Toch brulde in mijn hoofd de frustratie: waarom liep ik nog steeds mank?
Langzaam, pijnlijk langzaam, leerde ik accepteren dat deze heup nooit meer zou zijn wat hij was — niet zoals de weken voor de operatie, gelukkig, maar ook niet zo robuust als tien jaar geleden. Ik moest elke dag investeren in beweging, voeding en rust. Sommige ochtenden voelde ik me een vreemde in mijn eigen lichaam; andere dagen greep ik naar de briefjes met herinneringen aan mijn oefeningen terwijl mijn hoofd verzonken was in andere zorgen. Soms greep ik terug naar pijnstillers wanneer de pijn mijn nachten onrustig maakte. Die lessen, zo persoonlijk en wrang, maakten mij ook een betere arts. Terwijl ik aan mijn eigen herstel werkte, gaf ik met hart en ziel aandacht aan de diabeteskliniek. Het ziekenhuis kan steeds minder leveren van wat essentieel is voor diabeteszorg, maar er is iets wat wij wél kunnen geven en dat niets kost: hoop, aandacht en steun. We willen dat mensen voelen dat we hun dagelijkse strijd begrijpen en dat er een gemeenschap is die je opvangt wanneer je dreigt onder te gaan.
Een paar weken geleden ontmoette ik Anty, een zestienjarig meisje dat net de diagnose diabetes had gekregen. Ze zat nerveus tegenover mij en vertelde dat ze niets had gemerkt van de ziekte. Ik liet Eksoda zijn verhaal vertellen en terwijl zij in de lokale taal met elkaar spraken, volgde ik hoe veel symptomen toch aanwezig waren: onhoudbare dorst, slapeloosheid, wazig zicht. Niemand begreep wat ze doormaakte. Toen ze doodziek op de SEH belandde en de diagnose kreeg, herstelde ze als door een wonder dankzij insuline en kon ze met dit levenselixer gezond naar huis. Helaas vertelde de pastoor haar daar dat ze met insuline moest stoppen en meer moest bidden, zodat de vloek zou verdwijnen. Binnen een week belandde Anty opnieuw in het ziekenhuis, opgebrand door verwarring en wanhoop. Nu zit ze in mijn spreekkamer met vier volwassenen om haar heen en begint ze langzaam zichzelf te openen. Als ze opkijkt zie ik tranen in haar ogen wanneer ze vraagt of de andere kinderen met diabetes echt bestaan. Ik glimlach en leg mijn hand op haar schouder: “Ja, Anty, je bent niet alleen. Volgende maand ontmoet je ze.” Dat moment kan haar keerpunt worden; dan ontdekt ze hoe het is gehoord te worden door leeftijdsgenoten die begrijpen wat het is om je lijf elke dag opnieuw te managen, die elkaars stille angsten kennen en samen kunnen lachen. Ze zullen tips fluisteren over injecties en testen, elkaar steunen bij twijfel en samen de moed terugvinden als onzekerheid weer oprijst.
Lotgenoten, vrienden en familie — wat zijn ze belangrijk. Onverwacht vond ik bij de fysiotherapeut een lotgenoot: een hardloper en klimmer met dezelfde diagnose. Zonder veel woorden weet zij wanneer ik een duwtje nodig heb om vol te houden, wanneer een extra stretch het verschil maakt en wanneer ik gewoon mag rusten zonder schuldgevoel. Dat gedeelde verhaal tilde mij door de zwaarste maanden. Ik heb uren en dagen gehad om na te denken; het was overweldigend, maar ik heb ontzettend veel over mezelf geleerd, zowel fysiek als emotioneel. Het ging met vallen en opstaan. Toen ik weer op de been was, begon ik weer weg te rennen — als ik maar bezig bleef hoefde ik er niet aan te denken. Daardoor verloor ik vrienden: sommigen omdat het leven hen te zwaar werd, anderen omdat ik het leven af en toe te zwaar vond, vrienden die bleven hielden me vast en ik vond nieuwe inspirerende vriendschappen. Families om me heen bleven steun bieden en nieuwe families openden hun deuren zodat ik me thuis voelde.
Toch ervoer ik voor het eerst in 35 jaar heimwee, en dat bracht verwarring. Ik loop er niet voor weg; ik praat erover, ik schrijf erover en ik lees erover. Ik geef het ruimte en bezoek Nederland — de cultuur voelt vertrouwd, bij vrienden zijn twee woorden genoeg en bij familie vind ik onvoorwaardelijke liefde en trots. Tegelijkertijd mis ik Zuid-Afrika: de bergen, de zon, de giraffen, het klimmen en klauteren, kamperen in de regen, rennen door de jungle. En dan is er mijn werk — een droombaan waarvoor ik zo weer zou solliciteren, maar die me op dit moment benauwt en niet de energie geeft die ik vroeger kreeg. Ik hou van de uitdaging om met minimale middelen zorg te leveren en patiënten te helpen, maar ondertussen voel ik me soms alleen in mijn missie. Mijn team, dat me zou moeten ondersteunen, valt langzaam uit elkaar; tot nu toe hebben vier mensen besloten te vertrekken. Die leegte weegt zwaar en roept vragen op over hoe we verder moeten bouwen met minder handen en minder middelen. Het is verwarrend en pijnlijk om te ervaren dat passie alleen niet altijd genoeg is om de bureaucratie, de werkdruk en het emotionele gewicht van zorg te dragen.
Er is nog veel om over na te denken, dus terwijl ik de meegebrachte pepernoten en dropjes eet, pak ik de pen weer op en schrijf ik van me af. Als het te veel wordt, trek ik mijn schoenen aan en ga ik de natuur in. Want 2025 heeft iets groots gebracht: ik ben fysiek weer op de been en loop weer met gemak kilometers achter elkaar. Dat besef kwam plotseling, drie maanden geleden, tijdens een 35 kilometerloop die we organiseerden om bewustzijn te creëren voor diabetes en om geld in te zamelen. De steun van die groep — een mix van patiënten, vrienden, verpleegkundigen en het diabetes team — en de aanmoedigingen van de dorpen waar we doorheen liepen sleepten ons door de laatste kilometers. Pas de dag erna, bij mijn afspraak met de fysiotherapeut, drong het tot me door hoe groot die prestatie was, terwijl mijn heup klaagde en kreunde, niet gewend aan zoveel kilometers. Maar we liepen samen, we hielpen elkaar, we stonden samen sterk en vervolgden onze reis. De landelijke radio hoorde over onze actie en vroeg ons te spreken; 4,5 miljoen mensen luisterden toen Eksoda en ik onze verhalen deelden. Voor iedereen die luisterden: je bent niet alleen.
Laat dat de kerstgedachte van dit jaar zijn: je bent niet alleen. Ik zal Kerst in Nederland vieren, omringd door familie en vrienden, en daarna het nieuwe jaar 2026 inluiden — ik kan niet wachten. Ik kijk uit naar een jaar vol nieuwe avonturen, mooie plannen en nieuwe richtingen.
Voor jullie allemaal wens ik een hele gezellige kerst en een gelukkig 2026.

Nee nooit alleen. En een mooi verhaal over wat je voor een ander als arts kan betekenen.