Een sprong in het diepe
5 augustus 2021 - Moditlo Game Reserve, Zuid-Afrika
Corona, rellen, droogte, overstromingen, vulkaanuitbarsting, aardbeving, vrieskou of een cultuurschok; elke keer als ik in dat vliegtuig stap heb ik geen idee wat me nu weer gaat overkomen. Ik bereid me voor, in ben enthousiast voor weer een nieuw avontuur, zie zelden beren op de weg maar het blijft elke keer spannend. Elke keer voelt weer als een sprong in het diepe…
Met opgeheven schouders loop in de eerste dag het ziekenhuis in. Er worden die eerste dagen nog niks van me verwacht dus de zenuwen zijn goed onder controle. Deze eerste dagen is het een beetje observeren en bepalen waar ik ga helpen en waar ik kan leren. Ik zie de artsen hier binnen 20 minuten een keizersnede doen, longdrains plaatsen, beademingsapparatuur aansluiten, schotwonden behandelen, auto-ongelukslachtoffers opvangen, botnaalden plaatsen, echo’s maken, kinderen reanimeren en ik concludeer direct dat ik hier niet aan kan tippen. Deze artsen zijn zo kundig en handig, ik sta te bibberen met twee linker handen en wil het liefst onzichtbaar in het hoekje blijven staan. Maar het onvermijdelijke moment komt dat ik het mes vast moet pakken, de wond moet hechten en miskraam in gang moet helpen. Een klein duwtje in de rug en ik waag de sprong in het diepe…
Een klein duwtje was het eigenlijk niet. De dag dat ik zelf de beslissingen moest nemen was de dag dat ik huilend met de auto sleutels in de handen stond. Ik kan dit helemaal niet. Ik kan niet alleen naar een Health Centre gaan en daar de enige arts zijn. Alle verantwoordelijkheid op mijn schouders, alleen de beslissingen nemen, in een omgeving die compleet nieuw voor me is. Ik ben nog nooit ergens de enige arts geweest. En toch stapte ik de auto in en reed weg…
Na een half uur rijden bereik ik de Health Centre en word ik warm onthaald. Ze zijn zo blij met de hulp van de artsen. Meestal zijn er alleen verpleegkundigen aanwezig en zorgen ze voor de geprotocolleerde zorg voor HIV/ tuberculose en kleine kwalen. Wordt het complexer dan zorgen ze ervoor dat de patiënten terugkomen op de dagen dat er een arts is en vandaag ben ik dat. Ik krijg een spreekkamer en de patiënten verzamelen ze zich voor de deur.
Na ongeveer 15 patiënten gezien te hebben is de wachtkamer leeg. Ik had geen moment het idee dat ik iets niet wist of dat ik er niet samen met de verpleegkundige uit kwam. Ik rommelde in de kast op zoek naar medicatie om de hartslag omlaag te krijgen. De man met waterpokken stel ik gerust dat het vanzelf over gaat en de wond van die jongen na het spelen met een kapotte bierfles hecht ik wel even. Het meisje met hersenmalaria stuur ik door naar het ziekenhuis, je moet je grenzen ook kennen.
Terug in het ziekenhuis zie ik de veel al jonge dokters ook maar roeien met de riemen die ze hebben en de kennis die ze hebben. Ze weten elkaar te vinden voor hulp. Krijgen ze een infuus niet geplaatst dan bellen ze die collega die het wel altijd lukt. Andersom wordt er gevraagd even mee te denken met die complexe bloedgas. Wanneer er een man binnenkomt na een ernstig auto-ongeluk waar zijn twee vrienden zijn omgekomen kijken ze met z’n allen naar de röntgenfoto en missen we ook met z’n alleen de sleutelbeenbreuk. Er wordt gebaald. ‘Dit ziekenhuis maakt ons slechte dokters’ wordt er hardop gezegd. ‘Vroeger was me dit nooit overkomen. Maar hoe kan ik goede zorg leveren als de röntgen machine zo slecht is, de verpleegkundige niet meewerken en er geen medicijnen zijn? We hebben nu niet eens stromend water en gister viel de stroom steeds uit. In m’n vorige ziekenhuis had ik ten minste een supervisor en iemand die me leerde hoe het moest. Nu moeten we van de regering een jaar van ons leven hier spenderen om een slechte dokter te worden.’
Dit ziekenhuis heeft geen specialisten. Het wordt draaiende gehouden door een disfunctionerende manager, verpleegkundige rotten in het vak en een grote groep basisartsen die na hun coschappen geacht worden een jaar ‘community service’ te doen. Zo vangt de regering het nijpende te kort aan artsen in regeringsziekenhuizen in afgelegen gebieden op. Uit studies blijkt dat minder dan 50% van die artsen zich bewaak genoeg daarvoor voelt en genoeg support vindt te krijgen in zo’n ziekenhuis en dat is ook wat ik merk. De nieuwe basisarts zie ik struggelen met alles wat ze moet leren. De wat oudere weten al zo veel meer maar ook zij struggelen met de erbarmelijke omstandigheden en twijfel wat te doen. En dan besef je wel; een sprong in het diepe is het ook voor hun, maar ik besef me dat zij er niet voor kiezen zo diep te willen springen maar geduwd worden en maar moeten zien of ze de energie hebben te blijven drijven…
P.s.: Met de rellen en corona gaat het weer goed hier. De rellen zijn niet dichterbij gekomen en ook in de grote steden is de rust weer teruggekeerd en worden de winkels weer bevoorraad. Ons ziekenhuis had gelukkig geen last van leveringsproblemen en we zijn niet zonder zuurstof komen te zitten. Gelukkig, want de COVID cijfers in deze regio nog steeds hoog en ik hoor van collega’s dat er veel mensen thuis sterven, ongetest dus buiten de officiële cijfers. De toestroom naar het ziekenhuis lijkt iets minder en de vaccinatiecampagne lijkt eindelijk op stoom te zijn! De regels zijn nu iets minder streng; we mogen weer bij elkaar komen, restaurants zijn open en alcohol mag doordeweeks weer verkocht worden. We nemen het ervan; naast de fantastische gamedrives en olifanten die op bezoek komen, braaien wij op de mooiste plekken, borrelen en kijken rugby in de lokale brouwerij. Het leven in Hoedspruit bevalt ons goed!

Je hebt weer mooie herinneringen gemaakt
Tot in het "Venetie van het noorden"